De ondergrond van de Brabantse Wal bestaat in hoofdzaak uit zandige afzettingen met plaatselijk kleilagen die tussen 1,6 en 2 miljoen jaar geleden (Pleistoceen) gevormd zijn in het toenmalige mondingsgebied van Rijn en Maas. Aan de lage kant van de Wal liggen in de polders rivier-, zee- en veenafzettingen, op de hoge kant van de Wal liggen zandverstuivingen (Holoceen, 12.000 jaar geleden tot nu).

Geologisch profiel Brabantse Wal

De steilrand van de Brabantse Wal overbrugt het hoogteverschil, dat oploopt tot circa 20 meter, tussen de laaggelegen zeeklei van de polders en de hogere zandgronden. De steilrand is gevormd door erosie van de Schelde. Restanten van deze oude rivierlopen bevinden zich in de polders. In het landschap zijn ze niet meer zichtbaar omdat ze zijn afgedekt door een pakket zand en klei met tussenliggende veenlagen. Deze afzettingen zijn in de jongste geologische tijd (Holoceen) vanaf ca. 8.000 voor Chr. ontstaan onder invloed van de sterk stijgende zeespiegel.

Het samenspel van verschillende geologische processen die lang geleden in het grensgebied van Zeeland en Brabant actief waren, heeft ertoe geleid dat rond de Brabantse Wal op korte afstand van elkaar geheel verschillende typen landschap ontstaan zijn. In geologisch opzicht is de Brabantse Wal een uniek element in het Nederlandse landschap.

Op verzoek van Stichting De Brabantse Wal heeft de toenmalige Rijksgeologische Dienst profielen van de Brabantse Wal gemaakt. Deze zijn opgenomen in het boek Ontdek de Brabantse Wal.

Stichting De Brabantse Wal zet zich in om de voormalige groeve bij Ossendrecht in de toekomst in te richten als geologisch monument. Ook heeft de Stichting het initiatief genomen om de Brabantse Wal op te nemen in een UNESCO Geopark, Schelde Delta.

Voor meer informatie: www.geologievannederland.nl