De Brabantse Wal is een markante rug op de grens van het Brabants Massief, ook wel het West-Brabantse Zandplateau genoemd. Het reliëf is veroorzaakt door de Schelde, die vroeger westelijk van de Wal stroomde, daarna met een bocht naar het westen afboog en via de huidige Oosterschelde in zee uitmondde. De Schelde heeft de rand van het plateau aangetast en door deze erosie is de vrij steile rand ontstaan. Van de dertiende tot de zestiende eeuw verlegde de Schelde haar hoofdstroom geleidelijk van de Oosterschelde naar de Honte of Westerschelde. In 1867 is de verbinding met de Oosterschelde definitief afgesloten door de aanleg van de spoordijk. De Agger is een laatste relict van de dichtgeslibde Scheldeloop. De naam Agger verwijst naar een verdronken dorp. Aan de voet van het plateau ten noorden van Bergen op Zoom zijn veenlagen gevormd; later is ten westen van de steilrand zeeklei afgezet. Op de Wal zijn vanaf de middeleeuwen stuifzanden ontstaan.