De Brabantse Wal kent een aantal mooie heidegebieden. Het grootste aaneengesloten stuk is de Kalmthoutse Heide in België. Dit 1000 ha groot reservaat bestaat uit een gevarieerd landschap van natte en droge heide, stuifduinen, vennen en bossen. Samen met het Nederlandse deel vormt het De ‘Zoom-Kalmthoutse Heide’, een grensoverschrijdend natuurpark.

Menselijk gebruik

Eeuwenlang heeft de mens zijn stempel gedrukt op de heide door turfwinning, ontwatering en bebossing. De heide diende als bron voor brandstof, veevoeder en stalstrooisel. Later is men bomen gaan aanplanten voor houtproductie. De uitgestrekte heidevelden op de Wal maakten plaats voor bos. Een groot deel van de Kalmthoutse Heide is hiervan gevrijwaard gebleven.

Zand

Daar waar me de heide teveel belastte, ontstonden stuifduinen. In deze kale zandduinen lijkt weinig te leven, toch zijn er een aantal karakteristieke diersoorten te spotten. Snelle zandloopkevers, solitaire bijen of de Rupsendoder, een graafwesp die haar eitjes samen met een rups ingraaft. De larve van de Mierenleeuw maakt een kuiltje in het zand. Hierin wacht hij totdat een prooi de kuil in rolt en grijpt deze met zijn grote kaken.

Vennen

De vennen vormen voor trekkende Regenwulpen een belangrijke slaapplaats. Voor andere dieren zijn het belangrijke drinkplaatsen. In de vennen treft men dikwijls veenmossen aan. Van onderen sterven deze veenmossen af, maar worden niet verteerd. In de loop van eeuwen vormt zich zo een dikke laag veen, die het hele ven kan bedekken.

Droge en vochtige heide

In de droge heide groeit voornamelijk Struikhei met daaronder verschillende soorten mossen en korstmossen. Mooi is de Heidelucifer, een korstmos met een rode kop. Tussen de struiken leeft de Levendbarende hagedis. Typische vogels zijn de Boompieper en Roodborsttapuit. Op de vochtige heide staan soorten als Dophei, Kleine en Ronde zonnedauw en Witte snavelbies. Zonnedauw is een vleesetende plant. De bladeren geven een plakkerige substantie af waaraan insecten blijven kleven. Langzaam worden de zachte delen van het insect opgelost en de eiwitten die vrijkomen worden opgenomen door de plant.