Op de Brabantse Wal is een markante zandrug, ook wel het West-Brabantse Zandplateau genoemd. Aan de westkant is het reliëf veroorzaakt door de Schelde, die vroeger westelijk van de Wal stroomde, daarna met een bocht naar het westen afboog en via de huidige Oosterschelde in zee uitmondde. Nu mondt deze rivier in de Westerschelde uit. De Schelde heeft de rand van het plateau aangetast en de steilrand gevormd, aangevuld met afbraak door stormvloeden, zoetwaterbronnen en afstromende beken. Vanuit het toenmalige Scheldedal zijn door de westenwinden grote rivierduinen gevormd zoals op de Kalmthoutse Heide te zien is. Op de Wal zijn vanaf de middeleeuwen door de wind en ontbossing stuifduinen ontstaan zoals te zien in de Wouwsche Plantage en bij Huijbergen. In de uitgestoven laagten zijn vaak vennen gevormd, bijvoorbeeld Kleine en Groote Meer bij Ossendrecht. Het hoogste punt van het zandplateau is de Hoogenberg (+ 40 mNAP) bij Putte.