Een deel van de Brabantse Wal  was vroeger bedekt met veen. Het veen is vanaf circa 1250 tot 1750 afgegraven om als brandstof (turf) te dienen voor o.a. de pottenbakkerij en de verwarming van huizen en gebouwen. Bij Bergen op Zoom is de vervening in gang gezet door het graven van de Grebbe (later Moervaart en thans Zoom geheten), om de oostelijk van de stad gelegen venen droog te leggen en de turf af te kunnen voeren, voor een deel naar Vlaanderen. De moervaart werd doorgetrokken naar Wouw en Huijbergen en tot op huidig Belgisch grondgebied. Ook Steenbergen en Roosendaal hadden zulke moervaarten en turfhoofden. De turfwinning was zo uitputtend dat er nu in het landschap “geen moer meer te zien is”, op de vroegere moervaarten na. Tussen Bergen op Zoom en Roosendaal is in 2018 een toeristische fietsroute langs de voormalige turfvaarten aangelegd.