Aan de voet van de Brabantse Wal liggen polders. Vanuit het open polderlandschap heeft men een mooi uitzicht op de steilrand van de hoge zandgronden.

Geschiedenis

De polders zijn van nature door aanwas gevormd. In de Middeleeuwen vonden rond Bergen op Zoom de eerste bedijkingen plaats. In de zestiende eeuw (1530, 1579) gingen veel polders doorstormvloedenverloren. Dorpen en steden in Zeeland en West-Brabant verdronken. Vanaf de zeventiende vonden eeuw nieuwe inpolderingen plaats. In tijden van oorlogsdreiging zijn polders herhaaldelijk onder water gezet (inundatie). De oudste polder aan de voet van de Wal zijn natte veengebieden omdat er kwel voorkomt. Door peilverlaging voor de landbouw en drinkwaterwinning op het hoge deel van de Wal is het waterpeil gezakt. Typische kwelvegetatie met bosbies, waterviolier en grote pimpernel ging verloren, maar kan bij peilverhoging  terugkomen. Dat is gebeurd door afgraving van het maaiveld en het plaatsen van stuwen in de Noordpolder van Ossendrecht en het Halsters Laag. Hier zijn weer  bloemrijke dotterbloemhooilanden ontstaan met aan de randen riet- en wilgenmoeras, gele morgenster en rood guichelheil.

Vogels

De polder is een belangrijk gebied voor ganzen, zoals de kolgans, die overwintert in ons land. Andere vogelsoorten in de polders zijn graspieper en patrijs. Langs de kreekresten leven onder andere blauwborst en rietzanger.